Bij Prisma sluiten we aan bij de visie van de Wet zorg en dwang, de Wzd. De zorg voor onze cliënten gaat verder dan wat wettelijk gezien wel of niet mag. Samen met de cliënt en zijn (wettelijk) vertegenwoordiger willen we binnen de context ontdekken wat het goede blijkt te zijn. Door met elkaar in gesprek te gaan en te blijven kan een weg gevonden worden die passend is voor de betreffende cliënt in het omgaan met de spanning tussen vrijheid en veiligheid, beschermen en beheersen.
Soms is het nodig om in te grijpen in die vrijheid, bijvoorbeeld om ernstig nadeel te voorkomen. Dat gebeurt alleen als er geen beter alternatief is en altijd na een zorgvuldige afweging. Als sprake is van onvrijwillige zorg, leggen we dit vast volgens de regels van de Wzd.
In 2025 zijn in totaal 812 onvrijwillige acties geregistreerd. Daarvan waren 381 zorgmaatregelen die in het cliëntplan waren opgenomen en 431 noodmaatregelen. De beschreven zorgmaatregelen hadden betrekking op 212 cliënten. De noodmaatregelen hadden betrekking op 151 cliënten.
Vergeleken met 2024 zien we over het geheel een daling. De totale onvrijwillige zorg, dus alle zorgmaatregelen en noodmaatregelen samen, daalde met 7 procent. Het aantal zorgmaatregelen daalde met 3 procent. Het aantal noodmaatregelen daalde met 11 procent. Ook het aantal cliënten dat te maken kreeg met onvrijwillige zorg daalde gemiddeld met 7 procent.
Op bijna alle categorieën is sprake van een daling, variërend van 3 tot 50 procent. Een uitzondering is de categorie insluiten, waar het aantal maatregelen met 33 procent stijgt.
Die stijging vraagt om duiding. Het gaat niet per se om meer ingrijpen, maar vooral om zorgvuldiger en eenduidiger registreren. Door de vooraankondiging van inspectiebezoeken kreeg dit een nog grotere aandacht en is de werkwijze rond het registreren van gesloten deuren verduidelijkt. Wzd-maatregelen worden nu ook opgenomen in het zorgplan van cliënten die niet zelf naar de voordeur gaan, maar wel wonen op een locatie met een gesloten deur of een deurknop die zij niet zelfstandig kunnen bedienen.
In 2024 is gestart met de herinrichting van de Wzd structuur binnen Prisma. Daarbij is de rol van vrijheidsbevorderaar komen te vervallen. Deze functionarissen hadden als taak om de Wzd onder de aandacht te brengen en bewustwording te creëren over alternatieven, rechten en plichten binnen de wet.
Over deze verandering is uitgebreid gereflecteerd. Om kwaliteit en veiligheid goed te blijven ondersteunen, is eind 2025 besloten om Wzd adviseurs aan te stellen. Ook is de werkwijze veranderd. Zo gaan deze adviseurs regionaal werken. Dit zijn zorgverantwoordelijken die binnen de organisatie aandacht vragen voor de Wzd en als vraagbaak dienen voor collega’s. Daarmee wil Prisma kennis en bewustwording beter verankeren in de praktijk.
Sinds 2025 wordt strenger toegezien op de betrokkenheid van de cliënt en de wettelijk vertegenwoordiger bij de inzet en evaluatie van een maatregel. Wanneer de visie van de wettelijk vertegenwoordiger ontbreekt, wordt een evaluatie niet akkoord bevonden totdat deze visie is toegevoegd.
Daarmee wordt nog duidelijker geborgd dat onvrijwillige zorg niet alleen zorgvuldig wordt ingezet en geregistreerd, maar ook samen met de cliënt en diens vertegenwoordiger wordt besproken en geëvalueerd.
De lijn in 2025 is dat Prisma onvrijwillige zorg zoveel mogelijk wil voorkomen en alleen inzet als het echt niet anders kan. De cijfers laten over het geheel een daling zien. Tegelijkertijd is gewerkt aan betere registratie, een verdere inrichting van de Wzd organisatie en een stevigere betrokkenheid van cliënten en wettelijk vertegenwoordigers. Zo wordt niet alleen gekeken naar aantallen, maar ook naar bewustwording, zorgvuldigheid en het versterken van vrijheid in de dagelijkse praktijk.